Soortenmanagementplan kan natuur én woningbouw helpen

Uploaded Image

Een soortenmanagementplan kan de Utrechtse Heuvelrug helpen om beschermde dieren beter te beschermen én woningbouw en verduurzaming sneller mogelijk te maken. Maar dan moet natuur wel echt het uitgangspunt zijn.

Vleermuizen onder het dak, huismussen in de gevel en gierzwaluwen onder de dakpannen. Bij het isoleren, renoveren of slopen van woningen kunnen beschermde dieren in de problemen komen. De wet beschermt deze soorten. Dat betekent dat vooraf moet worden onderzocht welke dieren aanwezig zijn en welke maatregelen nodig zijn.

Dat kan bij veel afzonderlijke projecten veel tijd en geld kosten. Een soortenmanagementplan (SMP) biedt daarvoor een andere aanpak.

Onderzoek naar soorten voor een heel gebied

Bij een soortenmanagementplan wordt niet alleen naar één woning of één bouwproject gekeken. De gemeente brengt voor een groter gebied in kaart welke beschermde soorten voorkomen en waar hun leefgebieden zijn.

Op basis daarvan worden maatregelen afgesproken om deze dieren te beschermen. Denk bijvoorbeeld aan speciale nestkasten voor huismussen en gierzwaluwen of verblijfplaatsen voor vleermuizen.

Daardoor hoeft niet bij ieder afzonderlijk project opnieuw het volledige onderzoek te worden uitgevoerd.

Sneller verduurzamen

Een SMP kan vooral belangrijk zijn bij het verduurzamen van woningen. Het isoleren van daken en gevels is goed voor het klimaat, maar kan onbedoeld verblijfplaatsen van vleermuizen of nestplaatsen van vogels afsluiten.

Met een gebiedsgerichte aanpak kunnen deze problemen vooraf worden meegenomen. Dat geeft bewoners en bouwbedrijven meer duidelijkheid en kan vertraging voorkomen.

Een SMP kan daardoor bijdragen aan snellere woningrenovatie en verduurzaming, terwijl beschermde dieren beter worden meegenomen.

Niet alleen beschermen, maar ook versterken

Een goed soortenmanagementplan gaat verder dan het voorkomen van schade. Het biedt juist kansen om de natuur actief te versterken. Bij renovatie en nieuwbouw kunnen bijvoorbeeld nieuwe nest- en verblijfplaatsen worden aangebracht. Ook kunnen groene verbindingen tussen leefgebieden worden verbeterd. Zo kan een SMP bijdragen aan herstel van de biodiversiteit.

Natuur mag geen sluitpost worden

Daarbij is wel een belangrijke voorwaarde: een soortenmanagementplan mag geen manier worden om natuurbescherming vooral gemakkelijker te maken voor bouwprojecten.

De bescherming van soorten moet het uitgangspunt blijven. Daarvoor is goed onderzoek nodig en moeten afgesproken maatregelen ook daadwerkelijk worden uitgevoerd en gecontroleerd.

Voor de Utrechtse Heuvelrug ligt hier een kans. Door natuur, woningbouw en verduurzaming beter met elkaar te verbinden, kan de gemeente voorkomen dat ieder project opnieuw dezelfde problemen tegenkomt.

Een goed soortenmanagementplan maakt natuurbescherming niet tot een hindernis achteraf, maar tot een onderdeel van de planning vooraf. Dat geeft inwoners, ontwikkelaars én de natuur meer zekerheid.